HOME > ONZE SCHOOL > PESTBELEID

ANTIPESTBELEID

   

   PESTEN: DEFINITIE EN ACHTERGRONDINFORMATIE

Slachtoffers van pesten hebben het in de school erg moeilijk. Verdriet, angst en eenzaamheid zijn voor hen terugkerende dagelijkse gevoelens. Soms wordt het voor hen onhoudbaar, worden kinderen depressief, ziek, …

Als ouder wil je dat jouw kind dit nooit overkomt. Toch is het evenmin een pretje als je hoort dat je kind een pestkop is.

Het doet pijn als anderen je kind beschuldigen, hoe lastig je kind thuis ook mag zijn. Je krijgt als ouder het gevoel dat je gefaald hebt. En - hoe zeer je ook je best hebt gedaan- hoe pak je zulk probleem dan best aan? 

Vergeet ook niet dat kinderen die als toeschouwers worden beschouwd, onder pesten zullen lijden. Uit angst voor pesters gaan ze meedoen aan de pesterijen. Er ontstaat een klimaat van onveiligheid, waarin kinderen zich onoprecht en asociaal gedragen. Spontaan en vrij  spelen is er niet meer bij. 

Zowel leerkrachten, ouders als kinderen zijn medeverantwoordelijk opdat het welbevinden van ieder kind optimaal blijft. Daarom is het belangrijk binnen onze school het pesten een halt toe te roepen.

 

 

In dit document willen we:

 

  • duidelijk omschrijven wat we verstaan onder pesten.
  • expliciet onderschrijven dat we pesten niet tolereren.
  • iedereen betrekken in onze strijd tegen pesten door bewustmaking van de gevolgen ervan.
  • beschrijven hoe we pesten willen aanpakken binnen ons ICO-project.
  • de rol van iedere betrokkene kaderen.

 

Het verschil tussen plagen en pesten

 
    plagen

 
    pesten

is onschuldig heeft humor

bewust kwetsend en kleinerend

tijdelijk

herhaaldelijk, van lange duur

tussen gelijken

de pestkop ligt altijd boven

is te verdragen

is echt pijnlijk

meestal 1 tegen 1

meestal een groep tegen een slachtoffer

 

En ruzie dan?

Pesten is berekend iemand pijn willen doen, iets vernielen, iemand doen geloven dat hij waardeloos is. En dat telkens opnieuw. De pestkoppen zijn meestal dezelfde, de slachtoffers ook. Ruzie maken mag… hoe raar dat ook klinkt. Het helpt kinderen om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Hoe ga je om met agressie, hoe onderhandel je, wanneer ga je te ver? Terwijl kinderen ruzie maken zoeken ze hun positie in de samenleving. Kinderen worden sterker als ze het zelf kunnen oplossen. Er moet wel een zone blijven waarbinnen ze kunnen plagen en ruzie maken.

 

Waar en wanneer wordt er vooral gepest?

Pesten komt vooral voor op momenten dat de klasgroep ontsnapt aan het toezicht van de volwassenen: tijdens de speeltijd, in de gangen, op weg naar school,… 

 

Hoe gebeurt pesten?

  • Vooral tussen de leeftijd van 10 en 14 jaar komt pesten voor.
  • Maar dit sluit niet uit dat het ook bij jongere kinderen voorkomt.
  • Woorden worden gebruikt als wapens.
  • Men gaat fysiek geweld gebruiken.
  • Stelen of vernielingen komen voor.
  • Soms wordt iemand afgedreigd tot hij of zij geld of een voorwerp geeft.
  • Cyberpesten komt vooral voor bij iets oudere kinderen.

 

Een beeld van …

 

 

Het slachtoffer

  • staat afkerig tegenover geweld en agressie
  • is meestal fysiek zwakker
  • is eerder in zichzelf gekeerd
  • is vaak angstiger dan andere kinderen
  • durft niet voor zijn mening opkomen
  • heeft een lage dunk van zichzelf
  • voelt zich eenzaam
  • zoekt vaak de leerkracht op, wat dan weer olie op het vuur is voor de pestkop.

 

 

De pestkop
 

  • is fysiek sterker dan slachtoffer
  • wil stoer doen en imponeren
  • wil zichzelf bewijzen
  • is impulsief en agressief
  • kan moeilijk met regels omgaan
  • heeft een groot idee van zichzelf of juist niet
  • kan zich moeilijk inleven
  • geniet respect maar in hoofdzaak uit angst, niet uit waardering.
  • mondig
  • geniepig en/of geslepen

 

 

De meelopers
 

  • doen mee om bij de groep te horen
  • doen mee uit angst om zelf gepest te worden
  • steunt het slachtoffer in persoonlijke situaties, maar zwijgt in de groep. 

 

Vooroordelen rond pesten

  • Pesten gaat vanzelf wel over.  ← Dit is FOUT Wanneer er niks aan gedaan wordt, wordt het alleen maar erger.
  • Je wordt er harder van.  ← Dit is FOUT Pesterijen breken het slachtoffer en belemmeren de ontwikkeling.
  • Slachtoffers lokken het meestal zelf uit.  ← Dit is FOUT De gepesten worden onzeker en voelen zich minderwaardig na verloop van tijd.

 

 Zijn er signalen?

 

 

Slachtoffers
 

  • lijken niet echt vrienden te hebben
  • worden vaak als laatste gekozen
  • geven een onzekere indruk
  • zien er ongelukkig uit
  • worden vaak uitgelachen
  • bezittingen worden beschadigd
  • komen niet graag naar school.

 

 

pestkoppen
 

  • pestkoppen proberen te overheersen in allerlei situaties
  • zijn vaak tegendraads
  • aanvaarden geen tegenwerking
  • doen heimelijk
  • spotten, lachen iemand uit
  • intimideren
  • maken dingen stuk
  • roddelen
  • sluiten iemand uit.

 

Gevolgen?

 

 

Het slachtoffer
 

  • kan een minderwaardigheidsgevoel krijgen en zich daardoor onzeker gaan gedragen
  • kan amper nog voor zichzelf opkomen
  • kan zijn vertrouwen verliezen tegenover andere mensen
  • kan schoolangst hebben, maar in het later leven ook andere angsten
  • kan concentratiestoornissen ontwikkelen
  • durft geen initiatieven meer te nemen
  • kan depressief worden en later zelfmoordneigingen vertonen

 

 

De pester

  • houdt op lange termijn geen ECHTE vrienden meer over
  • werkt zich vast in zijn rol en ondervindt ondanks een positieve verandering, vanuit zijn verleden toch moeilijkheden om een andere rol aan te nemen
  • stempel als pester raakt hij moeilijk kwijt
  • komt in botsing met de maatschappij op latere leeftijd
  • blijft moeite ondervinden met een goede omgang met anderen
  • maakt misbruik van macht en geraakt in een negatieve spiraal.

 

Waarom vinden wij als school dat een pestactieplan nodig is?

  • Kinderen durven vaak de stap niet te zetten naar volwassenen om te zeggen dat ze gepest worden.
  • Ze schamen zich voor wat hen overkomt. Ze zijn bang dat ze niet geloofd zullen worden.
  • Ze vrezen nog ergere pesterijen uit wraak.
  • Ze denken dat ze zelf de schuld zullen krijgen.
  • Ze kunnen moeilijk inschatten welke handelingen of uitspraken accepteerbaar zijn.
  • Bij vermoeden van pesten moeten wij als opvoeders onze aandacht verhogen en beter observeren.
  • Dan komt de vraag hoe we tot een oplossing komen.
  • Duidelijke afspraken en een uniforme aanpak geven de beste resultaten.

 

          VISIE ICO-PROJECT

Ons pestbeleid bestaat uit verschillende luiken, maar we leggen de  focus  vooral op het preventieve. Het  pestbeleid kadert zich volledig binnen ons ICO-project dat een schoolgebonden, klasoverstijgend project is, dat zeer dynamisch en systematisch geëvalueerd, aangepast en geboren wordt.

We vertrekken vanuit een symbolisch gegeven, namelijk ons Icootje, dat staat voor het recht op ‘met plezier naar school gaan’ voor iedereen, rekening houdend met de noden en wensen van jezelf en anderen.

SYMBOLIEK
Het hart met de glimlach staat voor het feit dat ieder kind met de glimlach, dus met een hoog welbevinden, op school moet kunnen functioneren (indien er geen welbevinden is, zal er ook geen betrokkenheid zijn en zullen de leerprestaties ook alles behalve optimaal zijn).
Het lampje dat brandt, staat symbool voor het feit dat iedereen goed moet nadenken bij zijn/haar daden. Wat je zelf niet graag hebt, doe je een ander dus niet aan, want dan schaad je het welbevinden van de anderen. Maar wat je zelf niet graag hebt van een ander, moet je ook niet aanvaarden, want het welbevinden van jezelf is even belangrijk...

De voetjes staan symbool voor het feit dat dit proces enkel kan gaan met vallen en opstaan, want attitudes worden niet zomaar aangeleerd, afgeleerd of bijgestuurd. Dit vergt een grote inspanning en de nodige tijd. Ieder kind moet dan ook de kans krijgen om te groeien, fouten te maken, daaruit te leren en opnieuw te proberen in een sfeer van begrip en liefde. Het besef dat het OK is om fouten te maken, zolang je er iets van leert, is van groot belang voor het opbouwen van de nodige zelfzekerheid.

De open armen staan symbool voor het openstaan voor anderen binnen onze multiculturele samenleving. 

 


Doel

 

Kinderen, leerkrachten en ouders samen laten werken rond omgaan met elkaar om zo tot een betere verstandhouding te komen en respect voor elkaar, voor zichzelf, voor het materiaal van de school, de klas, en dat van andere kinderen en het eigen materiaal te leren opbrengen.
Kinderen leren omgaan in groep, rekening houdend met de eigen ruimte die ze nodig hebben en de ruimte van anderen leren respecteren. Kinderen leren weerbaar maken ten opzichte van anderen en dit op een constructieve, positieve wijze.
Via de tips voor thuis die meegegeven worden met de maandelijkse nieuwsbrief de link met de opvoeding thuis proberen te leggen, zodat ouders en school op eenzelfde wijze de opvoeding van kinderen aanpakken.  

 

Werkvorm

Per maand wordt één thema behandeld  (soms wordt er rond één thema twee maanden gewerkt, vb wanneer er tijdens die maanden veel vakantiedagen vallen) en dit over de volledige school.  Nadien wordt dan binnen de klas verder aandacht geschonken aan dit thema door er tijdens de lessen Nederlands over te praten, ideeën uit te wisselen of er in de lessen Muzische Vorming of de lessen Wereld Oriëntatie rond te werken. Ook tijdens de speeltijden wordt dit project aangegrepen om conflicten op te lossen.

Iedere leerling van het lagere heeft eveneens een ‘ICO-schriftje’, waar ze dagelijks of volgens de gemaakte klasafspraken kaartjes bijhouden en evalueren eind van de maand 

Via de maandelijkse nieuwsbrief betrekken we de ouders in dit project door het thema van de maand toe te lichten en tips voor thuis mee te geven.

De maand juni staat volledig in het teken van zelfreflectie. Tijdens die maand overlopen de kinderen samen met de leerkracht de verschillende thema’s van dit schooljaar en moeten ze reflecteren over hun inbreng, of ze de aangereikte vaardigheden al dan niet toegepast hebben en in welke mate ze die nog denken bij te moeten schaven. 

Op het einde van de maand juni  houden we een enquête onder de kinderen, om te peilen of onze doelstellingen al dan niet behaald worden en om na te gaan wat er moet aangepast of bijgeschaafd worden om verder in positieve lijn te blijven evolueren.


NIEUWSBRIEVEN

De nieuwsbrieven staan allemaal op de website van onze school 

 

www.deglimlach.be .

 

 

De bezielster van het project  was  mevr. Hilde D’Hulster, nu is dit overgenomen door de werkgroep.

 

De werkgroep van ICO:

Voorzitster: mevr. Melissa Van Oothegem

Leden: 
Mevr. Elisa Vanbelle juf 1ste leerjaar – mevr. Els Vrielynck  juf 2de leerjaar – mevr. Inge Vrijdags

Alle leerkrachten ondersteunen het project en zien dit project samen met ons MOS-project als de rode draad doorheen ons pedagogisch en didactisch handelen. Onze Pedagogische schoolvisie past dan uiteraard perfect binnen het PPGO (= het Pedagogisch Project van het GemeenschapsOnderwijs) 

 

 

DAAROM WERKEN WE MET EEN MEERSPORENPLAN:
PREVENTIE       –        INTERVENTIE

 

 

 

 

    PREVENTIE

1.       We werken aan een positieve schoolcultuurwaarbij empathie en sociale vaardigheden ontwikkeld worden.

We verhogen de betrokkenheid van de leerlingen door (occasioneel) klasoverschrijdend te werken. Kinderen tonen zich in hun meervoudige intelligentie: creatieve werkvormen, sportieve prestaties, sociale vaardigheden,… worden kenbaar gemaakt aan anderen bv toneelspel, tentoonstellen van werkjes, dansjes,…. Deze kunnen getoond worden in de klas, op de gang, met foto’s en filmpjes op de website of de facebookpagina.

Via de maandelijkse of tweemaandelijkse ICO-thema’s (deze worden telkens binnen de teamvergadering besproken nl welk thema? Waarom? Wat is momenteel aan de orde? Hoe aanpakken?  Hoe inkaderen?)

Op alle speelplaatsen zal een Icootje geschilderd worden.

  • Doel: kinderen die niemand hebben om mee te spelen en graag zouden willen spelen, of zich uitgesloten voelen, kunnen op het Icootje staan.
  • Wie zo’n kindje ziet, kan die uitnodigen om mee te spelen.
  • Voor de lkr van dienst is dit een knipperlicht. Die kindjes worden dan geobserveerd.
  • De lkr van toezicht brengt de klastitularis op de hoogte, die dan op zijn/haar beurt gericht kan observeren en interveniëren indien nodig.
  • De lkr van dienst kan een gesprek aangaan indien hetzelfde kind daar geregeld staat.

 

5.       Bespreken van conflicten via de symboliek van Icoontje

  • Binnen de klas
  • Over de klassen heen door de lkr van dienst of een klastitularis
  • Door de zoco samen met alle actoren.
  • Wat was het probleem? Hoe komt het dat…? Wat ging goed? Wat was moeilijk? Hoe heb je dat opgelost? Heb je je lampje laten branden?  Wat zou je nog meer kunnen doen? Hoe voel je je hier nu bij? Is het nodig om nog eens samen te komen met de groep?

 

6.       Onze school werkt ook met kinderbemiddelaars.

  • Dit zijn de kinderen van de lln-raad en andere kinderen uit de derde graad.
  • Zij bemiddelen bij een kleine ruzie, bij valsspelen, kleine problemen tijdens de speeltijden en over de middag.
  • Deze lln worden daarvoor eerst een tijdje door juf Melissa begeleid om deze opdracht te kunnen uitoefenen.
  • Niet alle vrijwillige lln staan steeds paraat, er werd een weekschema opgemaakt dat uithangt aan beide speelplaatsen, zodat de kinderen steeds kunnen zien bij wie ze terecht kunnen.

 

    INTERVENTIE : STAPPENPLAN

Aanpak      Is gedeeltelijk gebaseerd op de principes van de “no blame methode” 

Wat is no-blame?
No-blame omvat in eerste instantie het preventief werken aan een positieve schoolcultuur zoals we hierboven reeds beschreven. Stelt er zich toch een probleem, dan is er een stappenplan, waarbij de leerkracht van de klas een centrale rol speelt.

 

Stappenplan

1.       Iedereen krijgt de mogelijkheid om zijn/haar verhaal te vertellen

2.       De lkr/zoco helpt de kinderen om tot zelfreflectie te komen door gerichte, concrete vraagstelling op niveau van de ll.

3.       Steeds met een positieve insteek en zonder met de vinger te wijzen.

4.       De hamvraag is steeds: hoe hadden we die ruzie kunnen voorkomen? Wat had ik kunnen doen? Wat leren we voor een volgende keer?

5.       Hier worden ook eenvoudige tools en mogelijkheden aangereikt om bij een volgend conflict te hanteren of een time out aan te vragen.

6.       Er wordt telkens ook gewezen dat de voetjes staan voor vallen en opstaan, dus het is normaal dat het niet altijd lukt, maar we proberen en helpen elkaar hiermee.

7.       Indien nodig wordt er ook een proefperiode afgesproken (meestal één week), waarin alle actoren de tijd krijgen om de aangereikte tools toe te passen. Na die week wordt er terug een evaluatiegesprek gehouden met de volledige groep en de zoco.

 

Indien nodig bij herhaling probleem:

1.       Bespreking met alle actoren apart door zoco

2.       Bespreking met alle actoren samen. De nadruk wordt hier gelegd dat iedereen zich moet kunnen uiten en de anderen luisteren dan heel goed mee (respect voor elkaar).

3.       Bespreking van de term ‘pesten’.

  • Wat wil dat zeggen ?
  • Wat is het verschil tussen pesten, plagen, ruzie maken ?  

4.     Komen tot een definitie van ‘pesten’

5.       Reflecteren over het gestelde gedrag van alle actoren

6.       Gezamenlijke oplossing zoeken (met zowel de pester, de gepeste en de meelopers).

7.       Duidelijke afspraken maken in samenspraak :

  •  Wat kan wel?
  •  Wat kan niet? 

8.     Reflecteren hierover:

  •  Waarom kan het wel niet?
  •  Waar zitten we hier binnen ons Icootje?
  • Hoe kan ons Icootje helpen?

 

9.        Indien nodig wordt een contract afgesloten waarop de afspraken die samen genomen zijn opgeschreven worden. Alle actoren tekenen dit contract en de zoco tekent eveneens. Met dit contract is het de  bedoeling dat er dagelijks over gereflecteerd en geëvalueerd wordt via een eenvoudig afvinksysteem en dit door alle actoren.

10.     Na één week komen alle actoren terug samen bij de zoco voor een evaluatie.

  • Wat ging goed?
  • Wat was moeilijk?
  • Waar moeten we nog aan werken?
  • Hoe kunnen we het nog beter doen?      

11.   Er wordt een nieuwe datum afgesproken (indien de eerste evaluatie positief was, kan de termijn verdubbeld worden, dus nieuwe evaluatie na twee weken)

12.    Indien nodig kunnen er nog nieuwe evaluaties volgen, dit volgens de noden van de groep.

13.   Bij ernstige gevallen of indien ouders met een probleem rond het gepest worden van hun kind de school contacteren, worden die steeds  betrokken bij de gesprekken en de afspraken die gemaakt worden, om zo een gezamenlijk draagvlak te creëren.

14.     Interventieperiode: zolang als nodig is.

 

We bekrachtigen niet in de eerste plaats de resultaten, maar wel de moeite die leerlingen zich getroosten om dingen te bereiken. We versterken het positieve gevoel van de uitdaging tegenover zichzelf, niet de competitie tegenover anderen. We werken aan specifieke sociale vaardigheden met de hele school op hetzelfde tijdstip in het jaar ( o.a. maandtips, cfr. VISIE werkvorm ICO-project).

 

Adviezen aan de ouders van onze school

  • School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Toch moet iedere partij waken over haar eigen grenzen.
  • Het kan nooit de bedoeling zijn dat ouders op school eigenhandig het probleem moeten oplossen.
  •  Er moet overleg zijn met de directie en de leerkrachten. De ouders kunnen dus rechtstreeks bij hen terecht met hun vragen.
  • Voor een pestgedrag op school blijft de inbreng van de ouders bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie en tot het ondersteunen van de aanpak van de school. Neem dus eerst contact op met de school alvorens in contact te treden met de   ouders van de andere partij.
  •  De emotionele betrokkenheid van uw kind is soms te groot om een juist inzicht te krijgen.
  • Maak thuis tijd om met uw kind te praten over het probleem en laat uw kind duidelijk aanvoelen dat u achter de aanpak van de school staat. Geloof samen met uw kind dat er een einde zal komen aan het pesten.
  •  Indien u ondervindt dat uw kind het probleem niet durft te melden op school, stimuleer het dan toch om naar de leerkracht of een vertrouwenspersoon op school toe te stappen. Pas als dat niet lukt, neemt u zelf contact op met de school.
  • Door zelf te durven, groeit uw kind meer dan wanneer u de touwtjes onmiddellijk in handen neemt.
  •  Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat of in een hobbyclub, neem dan contact op met de desbetreffende verantwoordelijken om het probleem bespreekbaar te maken.
  • Uw voorbeeld is strekkend voor het gedrag van uw kind.
  •  Stimuleer uw kind om voor zichzelf op te komen, maar ook voor anderen.
  • Spreek niet te snel een oordeel uit.
  • Stimuleer uw kind niet om het recht in eigen handen te nemen en zeker niet op een gewelddadige manier.
  • Keur pestgedrag af en reageer positief op goed gedrag.

 

Enkele boeken rond pesten


6 -7 – jarigen
 

Altijd moeten ze mij hebben

Rien Broere

Eigen schuld, dikke bult

Ton Van Reen

Ga jij maar op de gang

Jacques Vriens

Ga weg, Rik!

Claudia De Boer

Ik en mijn monster

Mathijs Beentjes

Kleine Klaas en de grote vis.

Dolf Verroen

Pas maar op of ik eet je op!

Gil Vander Heyden

Reus Hak wil Miet in de pan.

Brigitte Minne

Te groot voor een noe-noe.

Jill Murphy

De wraak van Ellie en Nellie.

Rindert Kromhout


8 – 9 – 10 – jarigen
 

Benen in de kast

Heleen Vissinga

Daniel Yvonne

Van Emmerik

Drie is te veel

Rita Tornqvist

De folterkamer

Eva Polak

Hippo

Marc De Bel

Juffrouw Verdorie

Patricia David

Mijn neefjes zijn wolven

Wally De Doncker

Morgen word ik heks

Kathleen Vereecken

Pudding Tarzan

Ole Lund Kirkegaard

De tasjesdief

Miek Van Hooft

Treiterkoppen

Mieke Van Hooft

Kwelduivels

Guy Didelez


11 – 12 – jarigen
 

Alles mag

Eva Polak

De derde kans

Jac LInders

Eigen schuld

Chris Bos

En de groeten van groep acht

Jacques Vriens

FC Appelflap

Joachim Friedrich

Een klap voor je kop

Ulf Stark

Later wil ik stuntman worden

Detty Verreydt

Mansoor, of hoe we Stina bijna dood kregen

Bart Moeyaert

 

 

 

 

 

 

PESTEN IS GEEN PROBLEEM VAN IEMAND OF VAN ENKELEN.

  

 

HET IS ONS PROBLEEM.

  

 

HET GAAT ONS ALLEN AAN.

  

 

DAAROM IS EEN GOEDE, POSITIEF GERICHTE SAMENWERKING

  

 

VAN PRIMAIR BELANG.

 

 

BEDANKT HIERVOOR.

 

NIEUWSBERICHTEN & EVENEMENTEN

GO! School van de Vlaamse Gemeenschap
Sint-Elooistraat 2
8210 Zedelgem
Tel:  050 20 94 09
Fax:  050 20 84 91
E-mail:  bs.zedelgem@g-o.be
E-mail Corry:  corry_devinck@telenet.be

Openingsuren van de school
08u50 tot 12u00 (woensdag tot 11u35)
13u05 tot 15u45 (vrijdag tot 15u00)